<?xml version="1.0" encoding="iso-8859-1"?><rss version="2.0" xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom">	
<channel>
<title>Jongeneel Advocaten</title>
<link>http://www.jongeneeladvocaten.nl</link>
<description>Het laatste nieuws van Jongeneel Advocaten</description>

	<item>
	<link>http://www.jongeneeladvocaten.nl/nieuws/juridische-nieuwsflits-november-2018</link>
	<guid isPermaLink="true">http://www.jongeneeladvocaten.nlnieuws/juridische-nieuwsflits-november-2018</guid>
	<title>Juridische Nieuwsflits november 2018</title>
	<pubDate>Sat, 01 Dec 2018 14:02:18 +0100</pubDate>
	<description><![CDATA[
	&nbsp;


	
		
			

				

					
						
							

								

						
					
				

			

		
		
			

				

					
						
							

								

									

										Editie&nbsp;november 2018

								

							

						
					
				

				

					
						
							

								

									

							

						
					
				

				

					
						
							

								

									

										Flitskrediet aan ondernemers

									
										Op de kredietmarkt bestaan partijen die reclame maken voor het snel kunnen aanbieden van zogenaamde &ldquo;flitskredieten&rdquo; aan ondernemers. Soms brengen deze kredietverstrekkers woekerrentes van 3% per maand plus 20 euro per maand in rekening. Rentepercentages zijn opgebouwd uit de kosten van het krediet, een vergoeding voor het risico dat de kredietverlener draagt en een marge.
									
										Dergelijke kredieten vallen niet onder de wetgeving over consumentenkrediet, met een verplichte waarschuwing (&laquo;geld lenen kost geld&raquo;) en met een maximale rente van 12% boven de wettelijke rente per jaar. Indien een financi&euml;le onderneming een financi&euml;le dienst verleent aan een niet-consument, wordt deze niet beschermd door de regels ter bescherming van consumenten. Personen die handelen in de uitoefening van hun bedrijf of beroep kunnen wel een beroep doen op de algemene bescherming van het vermogensrecht. Schuldeiser en schuldenaar zijn verplicht zich jegens elkaar te gedragen overeenkomstig de eisen van redelijkheid en billijkheid (artikel 2 Boek 6 Burgerlijk Wetboek).
										
										Beoordeling vaak summier
										Men kan zich afvragen of het verantwoord is dat binnen vijf minuten een krediet kan worden afgesloten van 50.000 euro, zonder dat er gevraagd wordt om onderpand, uittreksels, businessplannen of jaarrekeningen. Vaak worden juist bij dergelijke advertenties woekerrentes in rekening gebracht. In de praktijk duurt de beoordeling van een aanvraag vaak langer, omdat gegevens ontbreken of aanbieders aanvullende gegevens vragen om de kredietwaardigheid te beoordelen. Voor zover het gaat om zakelijke kredieten, is het aan de aanbieder om te bepalen welke informatie nodig is en of een aanbieder onderpand vraagt. Wie op een aanbod in gaat, doet er goed aan om zelf goed te bedenken met wie men in zee gaat en welke rente men verschuldigd wordt en welke andere voorwaarden zullen gaan gelden.
									
										
										MKB Actieplan
										Er zijn naar aanleiding van het MKB-actieplan van juni 2018 gedragsregels opgesteld (de Gedragscode Kleinzakelijke Financiering van de Nederlandse Vereniging van Banken) en ook de nieuwe stichting MKB-financiering is bezig met het opstellen van gedragsregels die uiterlijk 1 januari 2019 gereed moeten zijn.
										
										Extra wettelijke bescherming?
										De vraag is of zelfstandigen zonder personeel (zzp&#39;ers) en ondernemers in het midden- en kleinbedrijf (mkb&#39;ers) op dit specifieke gebied niet extra wettelijke bescherming moeten krijgen, gelijk aan die van consumenten. Consumenten worden beschermd, omdat zij doorgaans een informatieachterstand hebben en zich in een zwakkere positie bevinden ten opzichte van ondernemers. Van ondernemers wordt meer voorbereiding en kennis verwacht. Er is geen evaluatie voorzien van de Wet Consumentenkredietovereenkomsten, goederenkrediet en geldlening (Stb. 2016, 360). Omdat signalen over ernstige misstanden of grote problemen ontbreken zien de Ministers van Financi&euml;n en van Economische Zaken geen aanleiding voor onderzoek, in aanvulling op het MKB-actieplan.
								

							

						
					
				

				

					
						
							

								

									

							

						
					
				

				

					
						
							

								

									

										De bijzondere curator voor de minderjarige

									
										In procedures waar minderjarige kinderen betrokken zijn, is het in speciale situaties mogelijk dat aan de minderjarige een bijzondere curator wordt toegewezen. Dit kan in situaties waarbij het kind een belangenconflict met zijn/haar ouders of voogd heeft of indien het een conflict betreft tussen de ouders waar het kind bij betrokken is.
									
										Verzoek aan rechtbank bij belangenconflict
										Als er sprake is van een belangenconflict op het gebied van verzorging, opvoeding of het vermogen van het kind, dan kan een verzoek bij de rechtbank ingediend worden om een bijzonder curator te benoemen. Een dergelijk verzoek kan worden ingediend door het kind zelf, de (pleeg)ouders of de voogd van het kind of door de voogdijinstelling. Dit kan in een lopende procedure of als er nog geen sprake is van een procedure. Ook is het mogelijk dat de rechter zelf in een lopende procedure - zonder daartoe een verzoek van bovengenoemde personen te hebben ontvangen - een bijzondere curator voor het kind benoemd.
										
										Voorwaarden
										Als (pleeg)ouders, de voogd of de voogdijinstelling een verzoekschrift indienen, dan dient dat verzoekschrift aan bepaalde voorwaarden te voldoen. Het kan door tussenkomst van een advocaat gedaan te worden, maar het is ook mogelijk om dit verzoekschrift zelf aan de rechtbank te sturen. Een kind zelf heeft ook geen advocaat nodig en kan zelf een vormvrije brief of e-mail naar de rechtbank sturen. Uiteraard dient het wel om een substantieel conflict te gaan dat ziet op de omgang, de verzorging of het vermogen van het kind. In zaken met betrekking tot afstamming wordt standaard een bijzondere curator door de rechter benoemd. Verder zie je een bijzondere curator regelmatig in ernstige vechtscheidingen, waarbij het kind in een groot loyaliteitsconflict is beland. Ook kan een bijzondere curator aan de orde zijn indien een kind eventueel uit huis geplaatst zal gaan worden.
										
										Rechter bepaalt taken
										De rechter geeft in zijn benoemingsuitspraak de taken van de bijzonder curator aan. De bijzondere curator gaat in ieder geval met alle belanghebbenden een gesprek aan en zal proberen een bemiddelende rol te hebben. In principe kan iedereen tot bijzondere curator aangewezen worden. In de praktijk gaat het veelal om advocaten of orthopedagogen, die als bijzondere curator worden benoemd. De bijzondere curator zal proberen om te bemiddelen tussen de ouders en het kind (als dat daar oud genoeg voor is). Indien bemiddeling slaagt, kan de gevonden oplossing in de uitspraak van de rechtbank vastgelegd worden. Indien er geen oplossing komt, dan zal de bijzondere curator namens het kind optreden in de procedure en de belangen van het kind verwoorden. De bijzondere curator zal dan een advies uitbrengen aan de rechter en ook aanwezig zijn tijdens de zitting.
									
										De financiering van een bijzondere curator verloopt veelal via het aanvragen van door de overheid gefinancierde rechtsbijstand.
								

							

						
					
				

				

					
						
							

								

									

							

						
					
				

				

					
						
							

								

									

										Mensen met schulden nog niet optimaal beschermd

									
										Een wet die mensen in de schuldhulpverlening iets meer ademruimte moet geven, is vertraagd. De wet zou in eerste instantie op 1 januari 2019 ingaan.
									
										Personen met schuldeisers mogen altijd een bedrag houden om van rond te komen. Dat is&nbsp;de zogenoemde beslagvrije voet waar geen beslag op mag worden gelegd. De wet regelt dat die beslagvrije voet automatisch kan worden vastgesteld. Maar dat vereist ook een geautomatiseerde uitwisseling van gegevens tussen de betrokken instanties en dat lukt nog niet.
									
										Voorkomen extra problemen
										Met de wet moet vermeden worden dat mensen met schulden extra in de problemen komen. Veel mensen met schulden weten niet veel van hun financi&euml;le positie en reageren minder vaak op verzoeken om informatie. Daardoor wordt hun beslagvrije voet vaak te laag vastgesteld, waardoor ze te weinig geld hebben om van te leven.
										
										Politiek zoekt naar oplossing
										Staatssecretaris Tamara van Ark (Sociale Zaken) zoekt naarstig naar een oplossing, maar kan niet zeggen wanneer de &quot;ingewikkelde&quot;&nbsp;wet wel in werking kan treden. Ze wil begin volgend jaar met tijdelijke maatregelen komen voor de groep die het betreft.
								

							

						
					
				

				

					
						
							

								

									

							

						
					
				

				

					
						
							

								

									

										Ontruiming door verhuurder van bedrijfsruimte na opzegging of vanwege wanbetaling

									
										Indien de verhuurder de huurovereenkomst opzegt en de ontruiming aanzegt, kan de huurder van een bedrijfsruimte ex&nbsp; artikel 7:230a BW, waaronder kantoorruimte, de rechter vragen om ontruimingsbescherming. De opzegging dient wel tijdig te gebeuren tegen het eind van de contracttermijn. Dan moet de huurder wel binnen twee maanden na de datum waartegen de ontruiming is aangezegd een verzoekschrift indienen bij de kantonrechter. Gedurende deze periode kan de huurder niet gedwongen worden tot ontruiming van de bedrijfsruimte over te gaan. Er hoeft dan niet te worden ontruimd totdat de rechter een beslissing heeft genomen.&nbsp;
										In de procedure moet eerst worden vastgesteld dat het daadwerkelijk om een bedrijfsruimte ex 7:230a BW gaat en dus niet om een zgn. middenstandsbedrijfsruimte (winkel). Daarvoor gelden andere regels en bestaat er geen recht op ontruimingsbescherming.
										
										Maximale termijn aan verzoek
										De rechter kan het verzoek voor maximaal een jaar toewijzen, maar het is mogelijk om het verzoek nog twee keer te herhalen. Een tweede (en evt. derde) verzoek wordt slechts toegewezen, indien de belangen van de huurder en van de onderhuurder, aan wie bevoegdelijk is onderverhuurd, door de ontruiming ernstiger worden geschaad dan die van de verhuurder bij voortzetting van het gebruik door de huurder. Het verzoek wordt evenwel afgewezen, indien de verhuurder aannemelijk maakt dat van hem, wegens onbehoorlijk gebruik van het gehuurde, wegens ernstige overlast, de medegebruikers dan wel hemzelf aangedaan of wegens wanbetaling niet gevergd kan worden dat de huurder het recht op gebruik van de zaak of een gedeelte daarvan langer behoudt. De kantonrechter neemt in beginsel derhalve een beslissing op een verlengingsverzoek van de huurder na afweging van de wederzijdse belangen van partijen. De maximaal mogelijke verlenging bedraagt drie jaar nadat de huurovereenkomst is ge&euml;indigd. Er wordt in die periode geen huur maar &eacute;&eacute;n gebruiksvergoeding betaald.
									
										
										Wanbetaling
										Indien de huurder van bedrijfsruimte de huur niet betaalt, is hij van rechtswege in gebreke en kan dit grote gevolgen hebben. In de rechtspraak&nbsp;wordt aangenomen dat een betalingsachterstand van twee of drie maanden&nbsp;al voldoende&nbsp;is om een ontruimingsvonnis in kort geding te krijgen. Alleen bij een gegronde reden, bij een verbetering in het betalingsgedrag en/of de financi&euml;le omstandigheden van een huurder kan een rechter aanleiding geven om niet tot ontruiming over te gaan. Maar als er telkenmale te laat is betaald en er geen&nbsp;aantoonbare&nbsp;en blijvende verbetering is&nbsp;optreden&nbsp;in het&nbsp;betalingsgedrag&nbsp;van de&nbsp;huurder, zal de rechter in de meeste gevallen de ontruiming toewijzen.
										
										Ontruiming laatste optie&nbsp;
										Een ontruiming kan alleen in kort geding worden toegewezen als&nbsp;voldoende aannemelijk is dat de bodemrechter de ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming zal toewijzen en van de&nbsp;verhuurder&nbsp;niet kan worden verlangd dat die de uitkomst van een bodemprocedure afwacht. De vordering moet dus &ldquo;hard&rdquo; zijn en er moet voldoende spoedeisend belang&nbsp;zijn. Per geval zal moeten worden beoordeeld of het&nbsp;betalingsgedrag&nbsp;van de huurder ernstig genoeg is om te komen tot een ontruiming van het gehuurde.
										
										Termijn voor ontruiming door deurwaarder
										Het is wettelijk voorgeschreven dat allereerst de uitspraak (het vonnis) van de kantonrechter&nbsp; moet worden betekend aan de huurder. Dit gebeurt door een gerechtsdeurwaarder.&nbsp;
									
										De daadwerkelijke ontruiming mag niet eerder dan drie dagen na de betekening plaatsvinden. Deze termijn kan door de kantonrechter ruimer worden vastgesteld en dit wordt ook regelmatig gedaan. In zijn uitspraak zal de rechter dan bepalen dat de verhuurder minimaal bijvoorbeeld 7 of 14 dagen moet wachten na de betekening.
										De deurwaarder zal de precieze dag van de ontruiming aankondigen aan de huurder. Op de dag van de feitelijke ontruiming zal de deurwaarder naar de bedrijfsruimte gaan, vergezeld van een hulpofficier van Justitie en een slotenmaker. Tot aan het moment van ontruiming is de huurder wel verplicht om de huur door te betalen.
								

							

						
					
				

				

					
						
							

								

									&nbsp;

							

						
					
				

			

		
	



	&nbsp;
]]></description>
	</item>
	<item>
	<link>http://www.jongeneeladvocaten.nl/nieuws/juridische-nieuwsflits-oktober-2018</link>
	<guid isPermaLink="true">http://www.jongeneeladvocaten.nlnieuws/juridische-nieuwsflits-oktober-2018</guid>
	<title>Juridische Nieuwsflits oktober 2018</title>
	<pubDate>Thu, 01 Nov 2018 09:29:38 +0100</pubDate>
	<description><![CDATA[

	
		
			

				

					
						
							

								

						
					
				

			

		
		
			

				

					
						
							

								

									

										Editie oktober 2018

								

							

						
					
				

				

					
						
							

								

									

							

						
					
				

				

					
						
							

								

									

										Partneralimentatie en lotsverbondenheid

									
										De termijn van partneralimentatie bedraagt nog steeds 12 jaar in Nederland. De grondslag voor partneralimentatie is de lotsverbondenheid, die door het huwelijk is ontstaan. Partneralimentatie wordt vastgesteld op grond van enerzijds de behoefte bij de alimentatiegerechtigde en draagkracht bij de alimentatieplichtige anderzijds.
									
										Wat te doen bij opnieuw samenwonen?
										Gedurende de tijd dat er partneralimentatie verschuldigd is, kunnen zich wijzigingen van omstandigheden voordoen, die een wijziging van de hoogte van de partneralimentatie rechtvaardigen. Zo kan de draagkracht van de alimentatieplichtige bijvoorbeeld door onvrijwillig inkomensverlies verminderen en zal de partneralimentatie in de regel (mits goed onderbouwd) worden verlaagd tot de actuele draagkracht. Ook is het mogelijk dat er een einde komt aan de partneralimentatie. Dit doet zich bijvoorbeeld voor indien de alimentatiegerechtigde hertrouwt. Het recht op partneralimentatie vervalt eveneens indien de alimentatiegerechtigde gaat samenleven als ware hij/zij gehuwd. Aan deze wijziging zitten echter behoorlijk wat haken en ogen omdat in de jurisprudentie is vastgelegd dat aan het laten be&euml;indigen van de vastgestelde partneralimentatie binnen de 12-jaars termijn hoge motiveringseisen aan de rechter worden gesteld. Het dient dus volledig vast te staan dat er inderdaad sprake is van een duurzame relatie, waar sprake is van een samenwoning en dat er sprake is van wederzijdse verzorging (in financi&euml;le zin). Het is ook wel logisch dat er hoge motiveringseisen aan een dergelijke wijziging worden gesteld: er is immers sprake van een definitief einde van het recht op alimentatie.
									
										Procederen over einde lotsverbondenheid
										Er is regelmatig geprocedeerd over een vervroegd einde van de partneralimentatie als gevolg van het afnemen of vervallen van de lotsverbondenheid. Het Gerechtshof Den Haag heeft meerdere keren uitgesproken dat de behoefte van de alimentatiegerechtigde door verloop van de tijd kan verbleken. De lotsverbondenheid neemt volgens het Gerechtshof Den Haag in de loop van de tijd af en van de alimentatiegerechtigde kan worden verlangd dat hij of zij zich inspant om zelf in eigen levensonderhoud te voorzien.
									
										Hoge Raad komt tot ander oordeel
										Recent heeft de Hoge Raad daar echter een heel andere uitspraak over gedaan. De Hoge Raad heeft in haar uitspraak van 4 mei 2018 beslist dat het afnemen of vervallen van de lotsverbondenheid geen grond kan zijn voor het eindigen van de partneralimentatie. Weliswaar is de lotsverbondenheid de grondslag voor het ontstaan van het recht op partneralimentatie, maar het voortduren van het recht op partneralimentatie is niet afhankelijk van het voortduren van de lotsverbondenheid. Om die reden kan &ndash; ook niet in samenhang met andere omstandigheden &ndash; een afnemende lotsverbondenheid tot een be&euml;indiging van de partneralimentatie leiden.
									
										Kortom door de recente Hoge Raad uitspraak is het een stuk lastiger geworden om eenmaal vastgestelde partneralimentatie voor de thans nog geldende termijn van 12 jaar definitief te be&euml;indigen.
								

							

						
					
				

				

					
						
							

								

									

							

						
					
				

				

					
						
							

								

									

										Wanneer gedraagt een werknemer zich verwijtbaar?

									
										Een werknemer die verwijtbaar handelt, kan all&eacute;&eacute;n ontslagen worden als hij wist dat het gedrag door zijn werkgever niet zou zijn toegestaan. Het moet de werknemer &lsquo;kenbaar&rsquo; zijn dat hij iets verkeerds doet. Maar wanneer is dat dan het geval?
									
										Er zijn drie categorie&euml;n van kenbaarheid:
									
										1) het gedrag is evident niet toegestaan;
									
										2) er is (bedrijfs)beleid dat bepaalt dat het gedrag niet is toegestaan of
									
										3) een werknemer is voor hetzelfde of vergelijkbaar gedrag al eens gewaarschuwd.
									
										&nbsp;
									
										1) Evident verwijtbaar gedrag
										Hierbij valt te denken aan de situatie dat de werknemer fraude pleegt of eigendommen van zijn werkgever of collega&rsquo;s steelt. Ook in het geval, dat enige tijd geleden speelde, waarin een werknemer haar blinde collega per e-mail betitelde als &ldquo;blind varken&rdquo; vond de rechter dat
									
										het de werknemer duidelijk had moeten zijn geweest dat dit gedrag niet zou worden geaccepteerd.
									
										2) Bedrijfsbeleid
										Werkgevers hanteren vaak een personeelsreglement dat op de arbeidsovereenkomst van toepassing is verklaard. Daarin staat beleid van de werkgever omschreven. In een dergelijk reglement worden onder meer bepalingen opgenomen over bepaald gedrag dat niet wordt getolereerd. Enige tijd geleden speelde de zaak waarin een bedrijf (een producent van kant en klare maaltijdsalades) in het reglement de bepaling had opgenomen dat het op straffe van ontslag op staande voet verboden is om maaltijdsalades mee te nemen, ook al waren ze bestemd om te worden vernietigd. De werknemer in kwestie handelde in strijd met de bepaling en nam een keer een maaltijdsalade mee naar huis. De werknemer werd op staande voet ontslagen. De rechter oordeelde dat de werknemer terecht wegens verwijtbaar handelen op staande voet was &nbsp;ontslagen. Hij had in strijd met de regels een maaltijdsalade meegenomen, die eigenlijk vernietigd moest worden. De werknemer was ook bekend met het door de werkgever strikt toegepaste sanctiebeleid, zoals opgenomen in het reglement.
									
										3) Waarschuwingen
										Ook waarschuwingen zorgen er voor dat een werknemer weet dat bepaald gedrag niet wordt getolereerd: hij is daar immers al een keer voor gewaarschuwd. Hij weet daardoor wat in de toekomst van hem wordt verwacht. Zo werd de arbeidsovereenkomst van een manager bij een jeugdinstelling wegens verwijtbaar handelen door de rechter ontbonden, omdat zij doorging met het delen van vertrouwelijke informatie met onbevoegden, &oacute;&oacute;k nadat zij hierop was aangesproken.
									
										Wat nu als de waarschuwing te lang geleden is gegeven?
										Aan incidenten waarvoor een waarschuwing is gegeven die te ver in het verleden liggen, wordt door rechters geen waarde gehecht. Dat is ook niet onredelijk. Het kan niet zo zijn dat incidenten die in een te ver verleden liggen een werknemer zijn hele carri&egrave;re blijven achtervolgen. Dat geldt zeker als een geruime periode is verstreken, waarin geen problemen zijn geregistreerd.
									
										Praktijkvoorbeeld
										Een rechter vond bijvoorbeeld een waarschuwing wegens te lang pauze houden, gegeven na een periode van tien maanden van onberispelijk gedrag, onvoldoende voor ontslag. Omdat er sprake was van een &lsquo;lange periode van verbetering&rsquo; kan de nieuwe waarschuwing volgens de rechter niet met de drie eerder gegeven offici&euml;le waarschuwingen tot de conclusie van verwijtbaar handelen leiden. Als de werknemer een periode van verbetering heeft laten zien, moet een werkgever van goeden huize komen om de eerdere waarschuwingen nog mee te kunnen tellen.
								

							

						
					
				

				

					
						
							

								

									

							

						
					
				

				

					
						
							

								

									

										Proef met rechters op spreekuur succesvol

									
										Een proef met &lsquo;spreekuurrechters&rsquo; die de rechtbank Noord-Nederland heeft gehouden, is succesvol verlopen. Mensen die een eenvoudig geschil aan de rechter wilden voorleggen, konden dat zonder dagvaarding of advocaat doen. De rechter hoorde de strijdende partijen aan en adviseerde over een schikking. In 91 procent van de zaken werd het conflict snel, effectief en tegen een laag tarief opgelost, blijkt uit&nbsp;onderzoek. Intussen experimenteren ook andere rechtbanken met zulke laagdrempelige procedures.
									
										Alledaagse conflicten
										Alledaagse problemen met de buren, huisbaas, werkgever of bijvoorbeeld een aannemer kunnen veel ellende veroorzaken. Ze komen meestal pas bij de rechter als ze volledig zijn ge&euml;scaleerd. De betrokkenen zijn dan veel geld kwijt aan griffierechten en advocaten en komen als eiser en verweerder tegenover elkaar te staan in de rechtszaal, wat niet bevorderlijk is voor een goede relatie. Het streven van de Rechtspraak om zulke geschillen sneller en goedkoper op te lossen, is in de proef met de spreekuurrechters uitgeprobeerd.
									
										Eenvoudige procedure
										Anderhalf jaar lang waren 7 ervaren kantonrechters in het noorden beschikbaar om als spreekuurechter op te treden. In totaal hebben zij 64 zaken behandeld, waarvan er 58 eindigden in een schikking tussen de partijen.Het ging vooral om burenruzies, maar bijvoorbeeld ook om conflicten over een verbouwing of een aankoop. Vaak gingen de rechters ter plaatse om met eigen ogen te zien wat er speelde, ook omdat er geen schriftelijke stukken waren waarop zij zich konden baseren. De betrokkenen mochten hun zaak namelijk met een eenvoudige mededeling (zoals &lsquo;de boom van de buren is te hoog&rsquo;) aanmelden. Als de rechter beide partijen had aangehoord, stuurde hij aan op een compromis. Lukte dat niet, dan hakte hij alsnog de knoop door.
									
										Tevreden deelnemers
										Van de deelnemers is 80 tot 90 procent (heel) positief over de spreekuurrechter, blijkt uit onderzoek door de Rijksuniversiteit Groningen en onderzoeksbureau Pro Facto. Ze zijn vooral blij met de snelle behandeling, de lage kosten en de menselijke, niet-juridische benadering door de rechter. Ze vonden de zitting wel lang duren; de rechter moest immers eerst ontdekken wat er speelde. Ook hebben sommige mensen druk ervaren om tot een schikking te komen. Daar staat tegenover dat 71 procent ook na verloop van tijd nog tevreden was over het bereikte resultaat.
									
										Kanttekeningen
										Vooral bij burengeschillen lijkt de spreekuurrechter bij te dragen aan een verbeterde, laagdrempelige toegang tot de rechtspraak, stellen de onderzoekers. Zij plaatsen wel kanttekeningen bij het hoge schikkingspercentage. Slechts 40 procent van de aangemelde zaken is ook echt door de spreekuurrechters behandeld, vooral omdat het lang niet altijd lukte om medewerking van beide partijen te krijgen. Dat is wel een vereiste van het wetsartikel (art. 96 Rv) dat zo&rsquo;n vereenvoudigde procedure mogelijk maakt. Bovendien konden belangstellenden zich niet zelf melden bij de spreekuurrechter. Enkele rechtsbijstandsverzekeraars en het Juridisch Loket leverden de deelnemers aan. Zij meldden vooral zaken aan die kans van slagen hadden. De spreekuurrechter boog zich dus eigenlijk alleen over zaken die zich relatief goed voor een schikking leenden, concluderen de onderzoekers.
									
										Nieuwe experimenten
										De Rechtspraak vindt het belangrijk om verder te experimenteren met laagdrempelige procedures. In het hele land zijn idee&euml;n bedacht die ervoor zorgen dat het werk van de rechter zoveel mogelijk effect heeft. Initiatieven die succesvol blijken te zijn, kunnen landelijk worden ingevoerd zodra het kabinet daar geld voor beschikbaar stelt. Zo is in Rotterdam en Dordrecht half september de &lsquo;regelrechter&rsquo; begonnen, waar zowel burgers als bedrijven zich kunnen melden om conflicten snel en goedkoop op te lossen. En in Den Haag trekken rechters de wijk in om te helpen de leefbaarheid te vergroten. &lsquo;Wijkrechters&rsquo; houden zich vooral bezig met overlast, burenruzies, woninggebreken; alles wat te maken heeft met prettig wonen in de wijk. Anders dan de spreekuurrechters werken zij niet met doorverwijzers; iedereen die de rechter wil spreken, kan zich zelf melden.
								

							

						
					
				

				

					
						
							

								

									

							

						
					
				

				

					
						
							

								

									

										Door te hoge griffierechten steeds minder incassozaken

									
										De Nederlandse rechter behandelt incassozaken sneller dan alternatieven die buiten de rechter omgaan. Bijna altijd wordt een verstekzaak (een zaak waarbij de gedaagde niet aanwezig is) binnen 2 weken afgedaan. Gemiddeld duurt zo&rsquo;n zaak van begin tot eind 19 dagen.
									
										Ondanks de snelle manier waarop dit soort zaken worden behandeld, daalt het aantal incassozaken fors. Het aantal incassozaken bij de rechter in de periode 2011 &ndash; 2017 is met 38 procent gedaald. Het aantal verstekzaken is in diezelfde periode zelfs met 43 procent gedaald. Een aanzienlijk deel van deze terugloop komt door de hoge griffierechten die betaald moeten worden. Deze griffierechten werpen daarmee een te hoge drempel op voor mensen die hun recht willen halen. Ook daalt het aantal rechtszaken door de opmars van incassoprocedures buiten de rechter om, zoals digitale arbitrage.
									
										Essentieel&nbsp;
										Toegang tot de rechter is essentieel in een rechtsstaat. Het is 1 van de kerntaken van de overheid om onafhankelijke, onpartijdige en openbare rechtspraak te bieden. Deze rechtspraak, die bindend is en precedentwerking heeft, is een noodzakelijke voorwaarde voor de rechtszekerheid en de rechtsgelijkheid die een rechtsstaat kenmerkt. Daarnaast draagt rechtspraak bij aan normhandhaving, rechtsbescherming en rechtsontwikkeling. Als mensen vanwege financi&euml;le redenen niet naar de rechter stappen, schaadt dit de rechtsstaat.
									
										Voorbeeld&nbsp;
										Een eenvoudig voorbeeld maakt het probleem duidelijk: als iemand een conflict heeft over een onbetaalde rekening van 700 euro, kost een gang naar de rechter ruim 200 euro alleen al aan griffierechten. Voor bedrijven liggen die kosten nog hoger. De uitkomst is vrijwel altijd dat de verliezende partij alle kosten moet betalen. Dat betekent dat een rechtszaak over een onbetaalde rekening van 700 euro eindigt in een rekening die bijna 2 keer zo hoog is, door de hoge griffierechten en andere bijkomende kosten.
									
										Verlagen&nbsp;
										In april dit jaar pleitte Frits Bakker (voorzitter Raad voor de rechtspraak) er al voor de griffierechten fors te verlagen omdat steeds meer mensen afzien van een gang naar de rechter omdat ze het niet kunnen betalen. Bakker: &lsquo;Het vergroten van het aantal zaken is g&eacute;&eacute;n doel op zich, maar een noodzakelijk middel om de Nederlandse burger de rechtsbescherming te garanderen die hem toekomt. Een onbelemmerde toegang tot de rechter is hiervoor een cruciale voorwaarde. Want wat heeft de burger aan de rechter als hij zich niet kan veroorloven er gebruik van te maken?&rsquo;
								

							

						
					
				

				

					
						
							

								

									&nbsp;

							

						
					
				

			

		
	




	

		
			
				

					

						
							
								

									

							
						
					

				

			
			
				

					

						
							
								

									

										

											Editie oktober 2018

									

								

							
						
					

					

						
							
								

									

										

								

							
						
					

					

						
							
								

									

										

											Partneralimentatie en lotsverbondenheid

										
											De termijn van partneralimentatie bedraagt nog steeds 12 jaar in Nederland. De grondslag voor partneralimentatie is de lotsverbondenheid, die door het huwelijk is ontstaan. Partneralimentatie wordt vastgesteld op grond van enerzijds de behoefte bij de alimentatiegerechtigde en draagkracht bij de alimentatieplichtige anderzijds.
										
											Wat te doen bij opnieuw samenwonen?
											Gedurende de tijd dat er partneralimentatie verschuldigd is, kunnen zich wijzigingen van omstandigheden voordoen, die een wijziging van de hoogte van de partneralimentatie rechtvaardigen. Zo kan de draagkracht van de alimentatieplichtige bijvoorbeeld door onvrijwillig inkomensverlies verminderen en zal de partneralimentatie in de regel (mits goed onderbouwd) worden verlaagd tot de actuele draagkracht. Ook is het mogelijk dat er een einde komt aan de partneralimentatie. Dit doet zich bijvoorbeeld voor indien de alimentatiegerechtigde hertrouwt. Het recht op partneralimentatie vervalt eveneens indien de alimentatiegerechtigde gaat samenleven als ware hij/zij gehuwd. Aan deze wijziging zitten echter behoorlijk wat haken en ogen omdat in de jurisprudentie is vastgelegd dat aan het laten be&euml;indigen van de vastgestelde partneralimentatie binnen de 12-jaars termijn hoge motiveringseisen aan de rechter worden gesteld. Het dient dus volledig vast te staan dat er inderdaad sprake is van een duurzame relatie, waar sprake is van een samenwoning en dat er sprake is van wederzijdse verzorging (in financi&euml;le zin). Het is ook wel logisch dat er hoge motiveringseisen aan een dergelijke wijziging worden gesteld: er is immers sprake van een definitief einde van het recht op alimentatie.
										
											Procederen over einde lotsverbondenheid
											Er is regelmatig geprocedeerd over een vervroegd einde van de partneralimentatie als gevolg van het afnemen of vervallen van de lotsverbondenheid. Het Gerechtshof Den Haag heeft meerdere keren uitgesproken dat de behoefte van de alimentatiegerechtigde door verloop van de tijd kan verbleken. De lotsverbondenheid neemt volgens het Gerechtshof Den Haag in de loop van de tijd af en van de alimentatiegerechtigde kan worden verlangd dat hij of zij zich inspant om zelf in eigen levensonderhoud te voorzien.
										
											Hoge Raad komt tot ander oordeel
											Recent heeft de Hoge Raad daar echter een heel andere uitspraak over gedaan. De Hoge Raad heeft in haar uitspraak van 4 mei 2018 beslist dat het afnemen of vervallen van de lotsverbondenheid geen grond kan zijn voor het eindigen van de partneralimentatie. Weliswaar is de lotsverbondenheid de grondslag voor het ontstaan van het recht op partneralimentatie, maar het voortduren van het recht op partneralimentatie is niet afhankelijk van het voortduren van de lotsverbondenheid. Om die reden kan &ndash; ook niet in samenhang met andere omstandigheden &ndash; een afnemende lotsverbondenheid tot een be&euml;indiging van de partneralimentatie leiden.
										
											Kortom door de recente Hoge Raad uitspraak is het een stuk lastiger geworden om eenmaal vastgestelde partneralimentatie voor de thans nog geldende termijn van 12 jaar definitief te be&euml;indigen.
									

								

							
						
					

					

						
							
								

									

										

								

							
						
					

					

						
							
								

									

										

											Wanneer gedraagt een werknemer zich verwijtbaar?

										
											Een werknemer die verwijtbaar handelt, kan all&eacute;&eacute;n ontslagen worden als hij wist dat het gedrag door zijn werkgever niet zou zijn toegestaan. Het moet de werknemer &lsquo;kenbaar&rsquo; zijn dat hij iets verkeerds doet. Maar wanneer is dat dan het geval?
										
											Er zijn drie categorie&euml;n van kenbaarheid:
										
											1) het gedrag is evident niet toegestaan;
										
											2) er is (bedrijfs)beleid dat bepaalt dat het gedrag niet is toegestaan of
										
											3) een werknemer is voor hetzelfde of vergelijkbaar gedrag al eens gewaarschuwd.
										
											&nbsp;
										
											1) Evident verwijtbaar gedrag
											Hierbij valt te denken aan de situatie dat de werknemer fraude pleegt of eigendommen van zijn werkgever of collega&rsquo;s steelt. Ook in het geval, dat enige tijd geleden speelde, waarin een werknemer haar blinde collega per e-mail betitelde als &ldquo;blind varken&rdquo; vond de rechter dat
										
											het de werknemer duidelijk had moeten zijn geweest dat dit gedrag niet zou worden geaccepteerd.
										
											2) Bedrijfsbeleid
											Werkgevers hanteren vaak een personeelsreglement dat op de arbeidsovereenkomst van toepassing is verklaard. Daarin staat beleid van de werkgever omschreven. In een dergelijk reglement worden onder meer bepalingen opgenomen over bepaald gedrag dat niet wordt getolereerd. Enige tijd geleden speelde de zaak waarin een bedrijf (een producent van kant en klare maaltijdsalades) in het reglement de bepaling had opgenomen dat het op straffe van ontslag op staande voet verboden is om maaltijdsalades mee te nemen, ook al waren ze bestemd om te worden vernietigd. De werknemer in kwestie handelde in strijd met de bepaling en nam een keer een maaltijdsalade mee naar huis. De werknemer werd op staande voet ontslagen. De rechter oordeelde dat de werknemer terecht wegens verwijtbaar handelen op staande voet was &nbsp;ontslagen. Hij had in strijd met de regels een maaltijdsalade meegenomen, die eigenlijk vernietigd moest worden. De werknemer was ook bekend met het door de werkgever strikt toegepaste sanctiebeleid, zoals opgenomen in het reglement.
										
											3) Waarschuwingen
											Ook waarschuwingen zorgen er voor dat een werknemer weet dat bepaald gedrag niet wordt getolereerd: hij is daar immers al een keer voor gewaarschuwd. Hij weet daardoor wat in de toekomst van hem wordt verwacht. Zo werd de arbeidsovereenkomst van een manager bij een jeugdinstelling wegens verwijtbaar handelen door de rechter ontbonden, omdat zij doorging met het delen van vertrouwelijke informatie met onbevoegden, &oacute;&oacute;k nadat zij hierop was aangesproken.
										
											Wat nu als de waarschuwing te lang geleden is gegeven?
											Aan incidenten waarvoor een waarschuwing is gegeven die te ver in het verleden liggen, wordt door rechters geen waarde gehecht. Dat is ook niet onredelijk. Het kan niet zo zijn dat incidenten die in een te ver verleden liggen een werknemer zijn hele carri&egrave;re blijven achtervolgen. Dat geldt zeker als een geruime periode is verstreken, waarin geen problemen zijn geregistreerd.
										
											Praktijkvoorbeeld
											Een rechter vond bijvoorbeeld een waarschuwing wegens te lang pauze houden, gegeven na een periode van tien maanden van onberispelijk gedrag, onvoldoende voor ontslag. Omdat er sprake was van een &lsquo;lange periode van verbetering&rsquo; kan de nieuwe waarschuwing volgens de rechter niet met de drie eerder gegeven offici&euml;le waarschuwingen tot de conclusie van verwijtbaar handelen leiden. Als de werknemer een periode van verbetering heeft laten zien, moet een werkgever van goeden huize komen om de eerdere waarschuwingen nog mee te kunnen tellen.
									

								

							
						
					

					
]]></description>
	</item>
	<item>
	<link>http://www.jongeneeladvocaten.nl/nieuws/juridische-nieuwsflits-september-2018</link>
	<guid isPermaLink="true">http://www.jongeneeladvocaten.nlnieuws/juridische-nieuwsflits-september-2018</guid>
	<title>Juridische Nieuwsflits september 2018</title>
	<pubDate>Mon, 01 Oct 2018 13:21:16 +0200</pubDate>
	<description><![CDATA[
	&nbsp;


	
		
			

				

					
						
							

								

						
					
				

			

		
		
			

				

					
						
							

								

									

										Editie&nbsp;september 2018

								

							

						
					
				

				

					
						
							

								

									

							

						
					
				

				

					
						
							

								

									

										Hoe hoog is uw vakantieloon?

									
										Tijdens een vakantie heeft een werknemer recht op doorbetaling van het loon. Dit wordt ook wel het &lsquo;vakantieloon&rsquo; genoemd. Veelal wordt gedacht dat het vakantieloon alleen maar bestaat uit het basissalaris en 8% vakantiegeld. Dit is echter niet altijd juist. De waarde van een vakantiedag is op twee momenten van belang: 1) tijdens de vakantie zelf en 2) op het moment dat de openstaande vakantiedagen worden uitbetaald (bijvoorbeeld bij het einde van het dienstverband).
									
										Ook extra beloningen kunnen meetellen
										Uitgangspunt van de wet is dat een werknemer tijdens zijn vakantie niet in een nadeligere (financi&euml;le) positie mag komen te verkeren in vergelijking met gewerkte dagen. Het loon tijdens de vakantie moet dus vergelijkbaar zijn met het loon dat hij ontvangt terwijl hij werkt. De hoogste Europese rechter (het Hof van Justitie van de Europese Unie) heeft bepaald dat bij de vaststelling van het vakantieloon moeten worden betrokken alle loonbestanddelen die intrinsiek samenhangen met de werkzaamheden van de werknemer en waarvoor hij een financi&euml;le compensatie ontvangt.
									
										Bonus of 13e maand als voorbeeld
										Stel, een werknemer komt in aanmerking voor provisies of bonussen. Tijdens de vakantie kan de werknemer geen recht op provisie of bonus opbouwen, gewoonweg omdat hij niet werkt. In verband met de wettelijke regeling moet dus ook de gemiddelde bonus of provisie worden uitbetaald tijdens de vakantie. De bonus en provisie zijn immers een loonbestanddeel dat intrinsiek samenhangt met het werk van de werknemer. Het zelfde geldt voor bijvoorbeeld de vaste dertiende maand, het vakantiegeld en een vaste eindejaarsuitkering. In de rechtspraak is verder geoordeeld dat ook onregelmatigheids-, avond-, nacht, weekend- en ploegentoeslagen deel uitmaken van het vakantieloon.
									
										Termijn niet duidelijk vastgesteld
										In de rechtspraak is geen duidelijke lijn te ontdekken voor wat betreft de periode waarover het gemiddelde van betreffende loonbestanddelen moet worden berekend. In de rechtspraak komen referteperioden voor van 3 jaar, maar ook wel van 6 jaar. In elk geval moet een representatieve periode worden gehanteerd. Hieronder volgt een eenvoudig voorbeeld van de berekening van vakantieloon. Stel een werknemer heeft als basissalaris&nbsp;&euro; 2.500,-- bruto exclusief vakantiegeld. Verder komt de werknemer in zijn functie in aanmerking voor provisies. Stel dat de gemiddelde provisie (berekend over een langere periode) &euro; 300,-- bruto per (hele) maand bedraagt. Stel verder dat deze werknemer gedurende 2 weken (een halve maand) met vakantie gaat. Zoals hiervoor al uiteengezet moet de provisie deel uitmaken van het vakantieloon. Het loon waarop deze werknemer tijdens zijn vakantie recht heeft is dus niet &euro; 2.500,--, maar &euro; 2.650,-- bruto. Overigens behoren incidentele of bijkomende kosten, zoals de reiskostenvergoedingen en onkostenvergoedingen niet tot het vakantieloon.
									
										Waar ligt de grens tussen bestendig en incidenteel?
										Waar in dit verband de grens ligt tussen &lsquo;bestendig&rsquo; en &lsquo;incidenteel&rsquo; zal per geval door de rechter moeten worden vastgesteld. In CAO&rsquo;s komen we nog wel eens bepalingen tegen, waarin is opgenomen dat, bijvoorbeeld, provisies niet worden meegenomen in het vakantieloon. Een dergelijke bepaling heeft echter geen enkele waarde. Immers, een CAO kan een dwingendrechtelijke wettelijke bepaling nu eenmaal niet opzij zetten.
								

							

						
					
				

				

					
						
							

								

									

							

						
					
				

				

					
						
							

								

									

										Verhuizen na scheiding

									
										Als ouders gezamenlijk het ouderlijk gezag over hun kinderen hebben, dan dienen zij belangrijke beslissingen aangaande hun kinderen in beginsel gezamenlijk te nemen. Voor een verhuizing met de kinderen is in beginsel toestemming van de andere ouder nodig, en anders vervangende toestemming van de rechtbank. Alvorens vervangende toestemming te geven, zal de rechter een uitvoerige belangenafweging maken.
									
										Een scheiding of relatiebreuk heeft vaak al grote impact op minderjarige kinderen, dus het is zaak om een verhuizing zorgvuldig aan te pakken. Het beste is om tijdig vooraf met elkaar in overleg te treden, zo nodig onder begeleiding van een deskundige zoals een mediator. Komen de ouders er niet uit, dan zou de kwestie vooraf aan de rechtbank voorgelegd moeten worden. Pas als de rechter duidelijkheid heeft gegeven, zou een eventuele volgende stap gezet moeten worden.
									
										Bodemprocedure vaak frustrerend
										In de praktijk kom ik helaas veelvuldig situaties tegen waarin &eacute;&eacute;n van de ouders simpelweg is vertrokken met de kinderen, zonder toestemming van de ander of van de rechtbank. Dit kan erg ingrijpend en schadelijk voor de kinderen zijn. Bovendien leidt het vaak tot vervelende gerechtelijke procedures die de onderlinge verstandhoudingen nog verder op scherp zetten.
									
										Helaas biedt de rechtspraak niet altijd oplossing. Bij een plotselinge verhuizing van een ouder met de kinderen, start de achterblijver vaak een kort geding. Uitgangspunt voor de kort gedingrechter is echter dat aansluiting gezocht wordt bij de feitelijke situatie. De verhuisde ouder hoeft dus niet direct terug te keren, de uitkomst van de bodemprocedure moet maar afgewacht worden. Dat is bijzonder frustrerend, want tegen de tijd dat er in de bodemprocedure een uitspraak wordt gedaan, verblijven de kinderen soms al bijna een jaar (of zelfs langer!) in hun nieuwe woonplaats. Ik zie dat de verhuisde ouder dan vaak het argument opwerpt dat de kinderen inmiddels al gewend zijn in hun nieuwe woonplaats, dat ze daar vriendjes hebben, op sport zitten, naar school gaan, enz.
									
										Recht op gelijkwaardig ouderschap
										Sinds enige jaren is het beginsel van gelijkwaardig ouderschap in de wet opgenomen. Dit recht (van het kind!) op een gelijkwaardige opvoeding door beide ouders betekent niet dat een rechter geen toestemming voor een verhuizing mag verlenen. Maar als er toestemming wordt verleend, moet er wel op toegezien worden dat in de situatie die na verhuizing ontstaat, zoveel mogelijk recht wordt gedaan aan het beginsel van gelijkwaardig ouderschap. Het verbaast mij dat de dwingendrechtelijke bepalingen omtrent gelijkwaardig ouderschap vaak niet eens genoemd worden in uitspraken rondom verhuizing met kinderen. Mijn advies aan ouders is om het vooral volgens het boekje te doen, dat is waar de kinderen doorgaans het meest bij gebaat zijn.
								

							

						
					
				

				

					
						
							

								

									

							

						
					
				

				

					
						
							

								

									

										Meer mensen in de schulden, maar minder in de schuldsanering

									
										Minder mensen worden toegelaten tot de schuldsanering. Door een nieuwe interpretatie van een deel van de wet, komen mensen minder snel in aanmerking, maar er zijn ook minder aanvragen, zegt de Raad voor Rechtsbijstand.&nbsp;Het orgaan vindt het opmerkelijk dat het aantal aanvragen voor de schuldsanering bij de rechter daalt, terwijl de schuldenproblematiek juist toeneemt.
									
										Vorig jaar werden 8.300 mensen toegelaten tot de wettelijke schuldsanering. In 2013 waren dat er nog 12.400. Sindsdien is het aantal elk jaar afgenomen. Het aantal actieve bewindvoerders daalt ook. Dit aantal zakte&nbsp;tot 458 vorig jaar.
									
										Sanering effect bij problemen
										Uit cijfers van de branchevereniging voor schuldhulpverlening NVVK blijkt volgens de Raad voor Rechtsbijstand dat meer mensen in financi&euml;le problemen zitten. Per saldo worden dus minder mensen geholpen, stelt de raad. De schuldsanering blijft wel een zeer effectief middel om mensen van hun schulden af te helpen. Tien van de elf mensen met schulden was na drie jaar schuldenvrij.
								

							

						
					
				

				

					
						
							

								

									

							

						
					
				

				

					
						
							

								

									

										Nieuwe wet om rechters makkelijker te berispen of straffen

									
										De Eerste Kamer heeft ingestemd met een wetsvoorstel waarmee de mogelijkheden om rechters bij ongeoorloofd gedrag te berispen of te bestraffen worden verruimd. De Rechtspraak pleit al langer voor zo&rsquo;n wijziging en adviseerde eerder positief over het wetsvoorstel. De rechterlijke organisatie kan op dit moment maar zeer beperkt maatregelen treffen als rechters ongeoorloofd gedrag vertonen.
									
										Toen eerder de Tweede Kamer instemde met het wetsvoorstel, reageerde Kees Sterk (vicevoorzitter van de Raad voor de rechtspraak) tevreden. Sterk: &lsquo;Het voorstel komt voor een belangrijk deel overeen met voorstellen die de Rechtspraak eerder zelf deed. Op dit moment kunnen we geen maatwerk bieden als een rechter zich ongepast gedraagt. We kunnen &oacute;f een schriftelijke waarschuwing geven, of een ontslagprocedure starten bij de Hoge Raad. Een vrij lichte straf en een hele zware straf dus. Dat is echt te beperkt.&rsquo; Met het instemmen van de Eerste Kamer wordt de wet nu aangepast en komen hier onder andere de mogelijkheid om te berispen of te schorsen bij.&nbsp;
								

							

						
					
				

				

					
						
							

								

									&nbsp;

							

						
					
				

			

		
	



	&nbsp;
]]></description>
	</item>
	<item>
	<link>http://www.jongeneeladvocaten.nl/nieuws/juridische-nieuwsflits-augustus-2018</link>
	<guid isPermaLink="true">http://www.jongeneeladvocaten.nlnieuws/juridische-nieuwsflits-augustus-2018</guid>
	<title>Juridische Nieuwsflits augustus 2018</title>
	<pubDate>Mon, 03 Sep 2018 15:15:37 +0200</pubDate>
	<description><![CDATA[
	&nbsp;


	
		
			

				

					
						
							

								

						
					
				

			

		
		
			

				

					
						
							

								

									

										Editie&nbsp;augustus 2018

								

							

						
					
				

				

					
						
							

								

									

							

						
					
				

				

					
						
							

								

									

										Proeftijd en verlenging met arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd

									
										Onlangs, op 12 april 2018, deed de kantonrechter te Nijmegen een aardige uitspraak in de volgende situatie. Een werknemer trad op 6 november 2017 bij een werkgever voor onbepaalde tijd in dienst in de functie van Personal Assistent (PA) van de CEO. In de arbeidsovereenkomst was een proeftijd van een maand opgenomen.
									
										Opzegging tijdens proeftijd
										Op 4 december 2017 heeft de werkgever de arbeidsovereenkomst opgezegd. De reden was dat de werkgever meende tekort tijd te hebben gehad en niet met volle overtuiging kon zeggen dat de werknemer de functie van PA naar wens vervulde. Daar kwam nog bij dat de functie van PA voor de werkgever een nieuwe functie was. De werkgever kon zelf niet goed beoordelen wat nu van de werknemer in haar functie werd verwacht. De werkgever vond het vervelend de arbeidsovereenkomst in de proeftijd te moeten be&euml;indigen en was bereid om een tijdelijke arbeidsovereenkomst met de werknemer aan te gaan.
									
										Tijdelijk contract na opzegging
										Geheel vrijblijvend, uit coulance bood de werkgever de werknemer hiermee een tweede kans. Het voorstel was om een nieuwe overeenkomst te sluiten voor de duur van 2 maanden. De werknemer heeft daarmee ingestemd, er werd een arbeidsovereenkomst getekend die van rechtswege zou eindigen op 28 februari 2018.
									
										Toch geen verlenging na tijdelijk contract
										Al op 5 januari 2018 heeft de werkgever de werknemer medegedeeld dat de arbeidsovereenkomst na 28 februari 2018 niet zou worden verlengd. Op 5 januari 2018 werd de werknemer vrijgesteld van werk zodat zij tot 28 februari 2018 de gelegenheid had om naar een andere werkkring uit te kijken.
									
										De werknemer was het hier niet mee eens. Zij meende dat de werkgever onder meer misbruik had gemaakt door tijdens de proeftijd in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd de arbeidsovereenkomst om te zetten in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd.
									
										Oordeel kantonrechter
										De kantonrechter volgde de werknemer hier niet in. Er kan naar het oordeel van de rechter sprake zijn van misbruik wanneer de omzetting van de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd de strekking heeft de wettelijke termijn van een proeftijd te ontduiken. Daarvan was naar het oordeel van de rechter geen sprake. Gesteld voor de keuze tussen onmiddellijke be&euml;indiging en voortzetting voor een bepaalde periode heeft de werkgever de werknemer uit coulance een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd aangeboden. Deze overeenkomst was op 6 december 2017 nadat partijen daarover hadden onderhandeld, tot stand gekomen. Van misbruik is dan ook naar het oordeel van de rechter geen sprake, waarbij de rechter het nog van belang achtte dat de nieuwe arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd niet kan worden gekwalificeerd als een verlengde proeftijd, nu deze overeenkomst niet tussentijds met onmiddellijke ingang kon worden opgezet. Van een omzetting die de strekking had de wettelijke termijn van een proeftijd te ontduiken was naar het oordeel van de rechter dan ook geen sprake.
									
										Correct handelen werkgever
										De werkgever heeft dus in deze situatie correct gehandeld. Afhankelijk van de feiten en omstandigheden kan een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd tijdens de proeftijd worden opgezegd en direct worden opgevolgd door een rechtsgeldige arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Het moet wel duidelijk zijn dat er geen sprake is van misbruik.
								

							

						
					
				

				

					
						
							

								

									

							

						
					
				

				

					
						
							

								

									

										Kruimelgevallenregeling in het bouw-/omgevingsrecht?

									
										Op grond van de Wabo (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht) kan voor een aantal gevallen die per Algemene maatregel van bestuur (AMvB) zijn aangewezen met een omgevingsvergunning worden afgeweken van het bestemmingsplan. Het gaat hierbij om de zogenaamde kruimelgevallen die in het Besluit omgevingsrecht (Bor) zijn opgenomen. Dit zijn bijvoorbeeld bepaalde bijgebouwen, dakkapellen, nutsvoorzieningen en antenne-installaties.
									
										Deregulering
										De kruimelgevallenregeling past in de deregulering die de overheid doorvoert. Niet voor elk schuurtje of bijgebouw dient immers een uitgebreide voorbereidingsprocedure te worden doorlopen, omdat het bestemmingsplan moet worden gewijzigd. Er bestaat een duidelijke voorkeur om bij een vergunningaanvraag, waarbij ook het bestemmingsplan moet worden aangepast, gebruik te maken van de kruimelgevallenregeling en de (korte) reguliere procedure te volgen.
									
										Kritisch kijken naar procedure
										Voor omwonenden of naburige bedrijven die het niet eens zijn met de bouwplannen, is het zaak om kritisch te kijken of de juiste procedure wordt gevolgd. Essentieel is immers of de vergunning terecht met behulp van de kruimelgevallenregeling in een reguliere procedure is verleend. Anders moet er een uitgebreide voorbereidingsprocedure met meer waarborgen gevoerd worden. In de rechtspraak spitst de vraag zich dan toe of de juiste procedure wel is gevolgd. Er zijn namelijk wel regels waaraan voldaan moet worden. Een ander gebruik dan is toegestaan in het huidige bestemmingsplan, is pas aan de orde als het aangevraagde bouwwerk zelf met de kruimelgevallenregeling kan worden gerealiseerd. Indien het bouwwerk een groter volume krijgt of het bebouwd oppervlak neemt toe, dan is de kruimelgevalregeling niet toepasbaar.
									
										Soms ook grote gebouwen relevant
										In beroepsprocedures gaat in de praktijk regelmatig over grote bouwkwesties als supermarkten, bouwmarkten en naar woningen om te vormen bedrijfs-/kantoorgebouwen.&nbsp;
									
										De term kruimelgeval lijkt niet van toepassing op deze grote bouwplannen, maar de wettelijke regeling met die naam biedt desondanks meer mogelijkheden dan het lijkt.
									
										Als de vergunningenaanvrager echter voor de kruimelgevalregeling kiest en achteraf blijkt dat deze keuze fout is, kan dit grote vertragingen opleveren. De proceduregang vanaf indienen bezwaarschrift tot hoger beroep bij de Raad van State neemt al snel twee jaar in beslag.&nbsp;
									
										Uitgebreide voorbereidingsprocedure
										Voor belanghebbenden biedt de uitgebreide voorbereidingsprocedure meer zekerheid dat ook hun belangen worden meegewogen. Er moet dan immers een serieuze ruimtelijke onderbouwing worden opgesteld, waarin ook rekening is gehouden hun belangen, zoals toename verkeer, geluid, veiligheid, milieu en fauna. Ook dient in dat geval de gemeenteraad een zgn. verklaring van geen bedenkingen af te geven als blijk van instemming met het bouwinitiatief. Ook dat is een waarborg dat er rekening is gehouden met alle belangen.
								

							

						
					
				

				

					
						
							

								

									

							

						
					
				

				

					
						
							

								

									

										Opzegging huur en ontruimingsbescherming bij kantoorruimte

									
										Kantoren worden in ons huurrecht beschouwd als &lsquo;overige bedrijfsruimte&rsquo;. Vaak geldt er een huurovereenkomst van vijf jaar, die automatisch wordt verlengd met een zelfde periode van vijf jaar (5+5). In de huurovereenkomst is vaak een bepaling opgenomen dat opzegging uiterlijk &eacute;&eacute;n jaar voor einddatum schriftelijk dient te gebeuren. Zo niet, dan wordt de huurovereenkomst automatisch verlengd.
									
										Als de huurder tijdig opzegt, dan eindigt de huurovereenkomst op einddatum en dient huurder voor einddatum het kantoorpand leeg en ontruimd te hebben opgeleverd. Indien de verhuurder tijdig opzegt, geldt niet automatisch dat huurder op einddatum het kantoorpand moet hebben verlaten.
									
										Verhuurder moet ontruiming aanzeggen
										De verhuurder moet namelijk formeel ook in de opzeggingsbrief de ontruiming aanzeggen. Zo niet, dan kan verhuurder niet na afloop van de huurtermijn de huurder uit het kantoorpand zetten. Voor een verhuurder is het dus van belang om de opzeggingsbrief tijdig en voorzien van een formele aanzegging tot ontruiming te versturen. Een huurder die wordt geconfronteerd met een zo&rsquo;n opzegging van de huurovereenkomst, inclusief aanzegging ontruiming, bestaat de mogelijkheid om ontruimingsbescherming aan te vragen bij de kantonrechter.
									
										Aanvragen ontruimingsbescherming
										De huurder dient dan binnen twee maanden na de datum waartegen de ontruiming is aangezegd, een verzoekschrift in te dienen bij de sector kanton van de rechtbank.&nbsp;
										Gedurende deze procedure kan de huurder niet gedwongen worden om tot ontruiming van het kantoorpand over te gaan. De huurder mag op de laatste dag van de twee maanden termijn het verzoek indienen. Dan heeft hij die termijn al te pakken. Totdat de rechter een beslissing heeft genomen, is er sprake van ontruimingsbescherming. In de procedure moet eerst worden vastgesteld welk huurregime geldt. Voor zgn. middenstandsbedrijfsruimte (detailhandel&nbsp; winkels, restaurants en caf&eacute;s) geldt immers een verdergaande huurbescherming. Indien vast staat dat er sprake is van overige bedrijfsruimten (kantoorruimtes, garageboxen en opslagruimtes), dan geldt er na opzegging alleen een recht op ontruimingsbescherming.
									
										Ontruimingsbescherming beperkt in tijd
										Afhankelijk van de belangenafweging die de kantonrechter maakt, wordt de ontruimingsbescherming voor maximaal een jaar toegewezen. Er is echter wel een mogelijkheid tot verlenging door het verzoek nog tweemaal te herhalen.&nbsp;
									
										De ontruimingsbescherming is dus maximaal drie jaar. Het zal duidelijk zijn dat een huurder van een garagebox minder kans maakt op ontruimingsbescherming dan een reeds lang zittende artsenpraktijk in een huurpand.
									
										Als de huurder zelf opzegt is er uiteraard geen ontruimingsbescherming mogelijk. Ook is er na einddatum huurovereenkomst geen sprake meer van betaling van huur(penningen), maar van een gebruiksvergoeding ter grootte van de laatste huur.&nbsp;
								

							

						
					
				

				

					
						
							

								

									

							

						
					
				

				

					
						
							

								

									

										Raad voor de rechtspraak stopt digitalisering handelszaken

									
										De landelijke uitrol van verplicht digitaal procederen in civiele handelszaken (met een belang van minstens 25.000 euro) is definitief van de baan. Dit heeft de Raad voor de rechtspraak bekendgemaakt. Ook het systeem voor digitale procedures in asiel- en bewaringszaken wordt niet verder ontwikkeld.
									
										Diverse redenen
										De Raad voor de rechtspraak geeft als reden om te stoppen met de landelijke invoering dat &lsquo;de programmatuur omstreden is&rsquo;. De Raad vindt het daarom &lsquo;niet verantwoord om het huidige systeem landelijk in te voeren. Ermee doorgaan betekent dat er veel tijd, energie en geld in gestoken moet worden. Bovendien kan het digitale systeem maar beperkte tijd gebruikt worden, omdat de leverancier stopt met de ontwikkeling ervan&rsquo;.
									
										Geen weggegooid geld?
										Verder benadrukt de raad dat de tot nog toe ge&iuml;nvesteerde 200 miljoen euro geen weggegooid geld is. Bovendien zijn de gemaakte kosten&nbsp; &lsquo;gedekt binnen de reguliere begroting van de Rechtspraak, met aanvullende bijdragen vanuit het ministerie van justitie en vanuit het beschikbare eigen vermogen&rsquo;.
									
										Reactie deken
										Algemeen deken van de Orde van Advocaten Bart van Tongeren noemt het besluit van de raad &lsquo;uitermate teleurstellend voor de balie&rsquo;. &ldquo;Advocaten hebben hun werkwijzen aangepast, personele veranderingen aangebracht en ge&iuml;nvesteerd in de ICT-voorzieningen waar de Raad om vroeg. Digitaal procederen zou ook zorgen voor een efficiencyslag binnen de rechtspraak en kortere doorlooptijden voor rechtszoekenden. Dan is het een pijnlijke constatering dat het allemaal vervolgens niet doorgaat. Er moet zo snel mogelijk duidelijkheid komen over wat de Raad dan wel gaat doen.&rdquo;
								

							

						
					
				

				

					
						
							

								

									&nbsp;

							

						
					
				

			

		
	



	&nbsp;
]]></description>
	</item>
	<item>
	<link>http://www.jongeneeladvocaten.nl/nieuws/juridische-nieuwsflits-juli-2018</link>
	<guid isPermaLink="true">http://www.jongeneeladvocaten.nlnieuws/juridische-nieuwsflits-juli-2018</guid>
	<title>Juridische Nieuwsflits juli 2018</title>
	<pubDate>Wed, 01 Aug 2018 11:32:52 +0200</pubDate>
	<description><![CDATA[
	&nbsp;


	
		
			

				

					
						
							

								

						
					
				

			

		
		
			

				

					
						
							

								

									

										Editie&nbsp;juli 2018

								

							

						
					
				

				

					
						
							

								

									

							

						
					
				

				

					
						
							

								

									

										Europese procedure voor geringe vorderingen

									
										U wilt een schadevergoeding voor een geannuleerde vlucht, maar de luchtvaartmaatschappij zetelt in Spanje? Of u wacht op de terugbetaling van een niet-geleverde online-bestelling bij een Franse webshop? Wat kunt u doen als uw pogingen tot minnelijke oplossing tevergeefs zijn geweest?
									
										Small claims al sinds 2009 mogelijk
										Sinds 2009 kunnen personen die een geschil hebben met een handelaar gevestigd in een ander land van de Europese Unie (behalve Denemarken), gebruikmaken van de Europese procedure voor geringe vorderingen (&ldquo;small claims&rdquo;). Dankzij deze procedure kunnen personen met een vordering van maximum 5000 euro hun rechten snel en eenvoudig doen gelden. Omgekeerd betekent dit natuurlijk ook dat debiteuren vanuit het EU-buitenland door een schuldeiser van over de grens gemakkelijker kunnen worden benaderd om hun schuld te innen. Europese regels hebben een vraag- en een aanbodzijde: vanuit het EU-buitenland wordt aan de Nederlandse rechter tot dusverre slechts in 30 gevallen per jaar verzocht om uitvoering jegens Nederlandse debiteuren, maar omgekeerd wordt vanuit Nederland door crediteuren een veel groter beroep gedaan op de Europese small claims procedure jegens debiteuren in het EU-buitenland.
									
										Drempelwaarde verhoogd
										Deze verordening geldt voor procedures, waarbij tenminste een van de partijen in een andere lidstaat woont dan waar de rechter gevestigd is.&nbsp;Een vonnis heeft directe rechtsgeldigheid in Europa (behalve Denemarken). Voor deze Europese procedure zijn standaardformulieren opgesteld, die&nbsp;in alle talen beschikbaar zijn. De drempelwaarde was aanvankelijk vastgesteld op maximaal &euro; 2.000,- maar is opgetrokken naar &euro; 5000,-. Deze wijziging is per 14 juli 2017 in werking getreden. Een verhoging van het plafond van een vordering is volgens de Europese Commissie een doeltreffend en kosteneffici&euml;nt rechtsmiddel om grensoverschrijdende geschillen toegankelijker maken, vooral voor kleine en middelgrote ondernemingen.
									
										De procedure en de modelformulieren
										Om de procedure te starten, moet standaardformulier A worden ingevuld. Dit formulier is te vinden op het Europees e-justice portaal. Alle relevante stukken zoals ontvangstbewijzen en facturen, moeten bij dit formulier worden gevoegd, en door de schuldeiser - die de vordering wil innen - worden toegezonden aan het bevoegde gerecht in zijn land. Wanneer het gerecht het vorderingsformulier ontvangt, vult het zijn deel van het antwoordformulier in. Binnen 14 dagen na ontvangst van het vorderingsformulier wordt een kopie, samen met het antwoordformulier door het gerecht aan de verweerder ter kennis gebracht. Die dient binnen 30 dagen te antwoorden door zijn deel van het antwoordformulier in te vullen. Het gerecht zendt een kopie van een eventueel antwoord van de verweerder binnen 14 dagen toe aan de eiser. Binnen 30 dagen na ontvangst van het (eventuele) antwoord van de verweerder geeft het gerecht een beslissing over de vordering, verzoekt het de partijen om schriftelijk nadere gegevens te verstrekken, of roept het de partijen op voor een mondelinge behandeling.
									
										Procesvertegenwoordiging vaak toch handig
										Het is niet verplicht zich door een advocaat te laten vertegenwoordigen, maar door de specifieke procedure vaak wel handig en praktisch. Als de rechtbank over de nodige uitrusting beschikt, moet de behandeling via tele- of videoconferentie plaatsvinden. Zaken betreffende Europese small claims worden behandeld door de kantonrechter. Praktisch nadeel is dat als de wederpartij een tegenvordering van meer dan &euro; 5000,- instelt (een zgn. reconventionele vordering) dat dan de Europese procedure niet meer gevolgd kan worden. Tegen een beslissing van de kantonrechter staat hoger beroep open binnen 30 dagen vanaf de beslissing.
								

							

						
					
				

				

					
						
							

								

									

							

						
					
				

				

					
						
							

								

									

										Verbetertraject bij disfunctioneren van de werknemer

									
										Disfunctioneren betekent dat de werknemer in onvoldoende mate voldoet aan de gestelde functie-eisen en/of dat de werknemer op onjuiste wijze zijn taken vervult.
									
										Vaststellen en vastleggen disfunctioneren
										Wanneer de werkgever eenmaal heeft vastgesteld dat de werknemer disfunctioneert, moet de werkgever hierover met de werknemer in gesprek gaan. De werkgever moet in dat gesprek heel concreet kunnen benoemen wat eraan scheelt en op welke onderdelen verbetering wordt verlangd. Verder moet &eacute;&eacute;n en ander duidelijk door de werkgever op papier worden gezet.
									
										Opstellen verbetertraject
										De derde stap is een kwalitatief goed verbetertraject, door middel waarvan de werknemer in de gelegenheid wordt gesteld om zijn functioneren te verbeteren. Van de werkgever wordt&nbsp;&nbsp; verlangd de werknemer hierin te ondersteunen en moeten ze samen de voortgang tussentijds evalueren.
									
										Ontslag vaak lastig
										Het ontslaan op grond van disfunctioneren is moeilijk, maar niet onmogelijk, mits er onder meer een kwalitatief goed verbetertraject wordt gevolgd.
								

							

						
					
				

				

					
						
							

								

									

							

						
					
				

				

					
						
							

								

									

										Invalleerkrachten mogen binnenkort vaker invallen

									
										Vanaf volgend schooljaar mogen invalkrachten vaker bijspringen. Scholen in het basisonderwijs en speciaal onderwijs kunnen invalkrachten vanaf komend schooljaar meerdere contracten achter elkaar aanbieden. Nu zijn dergelijke invalkrachten, die soms maar &eacute;&eacute;n dag of enkele dagen komen, al snel door hun maximumaantal contracten heen.
									
										Minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) heeft besloten in te grijpen, hoewel hij de wet al wilde wijzigen. Hij reageert op een verzoek van de werkgevers en werknemers. Zij moeten de aanpassing in hun cao&#39;s vastleggen.
									
										Sinds de invoering van de Wet werk en zekerheid (Wwz) vallen scholen in het bijzonder onderwijs onder de zogenoemde ketenbepaling. Dit betekent dat invallers na een aantal tijdelijke contracten recht krijgen op een vaste baan. Voor het primair onderwijs bleek de ketenbepaling een probleem.
								

							

						
					
				

				

					
						
							

								

									

							

						
					
				

				

					
						
							

								

									

										Geen landelijke invoering digitaal procederen

									
										De Raad vindt het niet verantwoord digitaal procederen in handelsvorderingszaken met verplichte procesvertegenwoordiging landelijk in te voeren. Dat zou namelijk betekenen dat er veel tijd, energie en geld moet worden gestoken in de invoering van programmatuur waarvan de kwaliteit omstreden is, en die ver afstaat van de te ontwikkelen nieuwe oplossing voor de digitale toegankelijkheid van de rechtspraak.
									
										De Raad heeft dit besluit genomen op basis van onder meer de ervaringen die zijn opgedaan bij de rechtbanken Gelderland en Midden-Nederland, gesprekken met ketenpartners en adviezen over de technische implicaties van landelijke invoering.
									
										Er komt in de toekomst sowieso een nieuw systeem, omdat het huidige platform (Oracle) in de toekomst niet meer zal worden ondersteund. Hierdoor is het draagvlak van de landelijke invoering te dun en het rendement op de totale investering niet verantwoord.
								

							

						
					
				

			

		
	



	&nbsp;
]]></description>
	</item>
	<item>
	<link>http://www.jongeneeladvocaten.nl/nieuws/juridische-nieuwsflits-juni-2018</link>
	<guid isPermaLink="true">http://www.jongeneeladvocaten.nlnieuws/juridische-nieuwsflits-juni-2018</guid>
	<title>Juridische Nieuwsflits juni 2018</title>
	<pubDate>Mon, 02 Jul 2018 10:24:15 +0200</pubDate>
	<description><![CDATA[
	&nbsp;


	
		
			

				

					
						
							

								

						
					
				

			

		
		
			

				

					
						
							

								

									

										Editie&nbsp;juni 2018

								

							

						
					
				

				

					
						
							

								

									

							

						
					
				

				

					
						
							

								

									

										Advies: schrap verwarrende term roekeloosheid uit verkeerswet

									
										De Raad voor de Rechtspraak vindt dat de term roekeloosheid moet verdwijnen uit de Wegenverkeerswet. Dit om verwarring te voorkomen. Want in de volksmond wordt onverantwoordelijk rijgedrag eerder roekeloos genoemd dan in de rechtszaal, waar &quot;de zwaarste vorm van schuld&quot; moet worden bewezen.
									
										Lees verder...
								

							

						
					
				

				

					
						
							

								

									

							

						
					
				

				

					
						
							

								

									

										Voorstel partneralimentatie: geen afspraken in huwelijkse voorwaarden

									
										Partneralimentatie moet niet langer twaalf, maar vijf jaar gelden. Dat blijkt uit schriftelijke vragen naar aanleiding van het verslag van het wetsvoorstel herziening partneralimentatie. Verder is ervoor gekozen dat afspraken maken over partneralimentatie - over bijvoorbeeld de duur - in huwelijkse voorwaarden niet mogelijk is.
									
										Lees verder...
								

							

						
					
				

				

					
						
							

								

									

							

						
					
				

				

					
						
							

								

									

										EU-parlement stemt in met wet voor tijdelijke medewerkers

									
										Het Europees Parlement stemt in met nieuwe regels voor tijdelijke werknemers uit een ander EU-land. Die krijgen het recht op hetzelfde loon bij gelijk werk als de collega&rsquo;s in het gastland.
									
										Lees verder...
								

							

						
					
				

				

					
						
							

								

									

							

						
					
				

				

					
						
							

								

									

										Incorporatiebeding: doorwerking van afspraken tussen OR en werkgever in de individuele arbeidsovereenkomst

									
										De Rechtbank Limburg heeft op 13 december 2017 uitspraak gedaan in een zaak waar de vraag diende te worden beantwoord of een werkgever wijzigingen in een arbeidsvoorwaardenreglement mag aanbrengen na overleg en akkoord met de OR, zelfs als het gaat over wijzigingen in de primaire arbeidsvoorwaarden. Een individuele werknemer zou dan aan die wijziging gebonden zijn, waardoor een eventuele jaarlijkse verhoging van het salaris werd misgelopen.
									
										Werknemer was in 2012 in dienst getreden bij werkgever. In de arbeidsovereenkomst werd verwezen naar het Arbeidsvoorwaardenreglement dat op de arbeidsovereenkomst van toepassing was. Het reglement bevatte de bepaling dat door acceptatie van het Arbeidsvoorwaardenreglement de werknemer, ook zonder dat een nadere instemming van werknemer daarvoor nodig was, gebonden was aan de in de toekomst tussen de werkgever en de OR overeen te komen wijzigingen in het Arbeidsvoorwaardenreglement, een zogeheten incorporatiebeding. Daarnaast bevatte de reglement de mogelijkheid van werkgever om eenzijdig een wijziging aan te brengen in het Arbeidsvoorwaardenreglement volgens artikel 7:613 BW.
									
										Overleg werkgever met OR
										Werkgever had met de OR overeenstemming bereikt over een wijziging in het reglement. Die wijziging hield in dat met ingang van 1 augustus 2016 een eventuele collectieve verhoging van het salaris, zoals indexatie, alleen nog zou gelden voor werknemers tot en met het 120% niveau van de salarisschaal. Bij haar indiensttreding had werknemer geheel in lijn met het toen geldende Arbeidsvoorwaardenreglement de afspraak gemaakt dat haar salaris nog door zou groeien ook &nbsp;boven het maximale niveau van 120%. &nbsp;Echter door de afspraak die de OR met werkgever had gemaakt, had werknemer vanaf 1 augustus 2016 geen recht meer op verhoging, indexatie, van haar salaris.
									
										Standpunt werknemer
										Werknemer was het hier niet mee eens. Zij meende dat er sprake was van een eenzijdige wijziging van haar salaris, waarvoor de werkgever geen zwaarwichtig belang had, een situatie zoals geregeld in artikel 7:613 BW. Werknemer meende bovendien dat de OR geen instemmingsrecht toekwam voor een wijziging van primaire arbeidsvoorwaarden zoals het salaris.
									
										Standpunt werkgever
										De werkgever stelde zich op het standpunt dat er sprake was van een tweezijdige wijziging van haar salaris en geen situatie zoals geregeld in artikel 7:613 BW. De wijziging was immers tot stand gekomen met de OR, geheel zoals was vastgelegd in het Arbeidsvoorwaardenreglement. Werknemer was daar mee akkoord gegaan, zij had immers de arbeidsovereenkomst waarin naar het reglement werd verwezen getekend.
									
										Oordeel Rechtbank
										De Rechtbank Limburg volgde de werkgever. Door ondertekening van de arbeidsovereenkomst had werknemer ingestemd met het Arbeidsvoorwaardenreglement en daarmee dat de OR de bevoegdheid kreeg om namens de individuele werknemers met werkgever te onderhandelen over onder meer de primaire arbeidsvoorwaarden en wijzigingen overeen te komen. Naar het oordeel van de rechtbank betrof de wijziging dus geen eenzijdige alleen door werkgever doorgevoerde wijziging waardoor deze diende te worden getoetst aan artikel 7:613 BW. De aanspraak van werknemer op de eventuele jaarlijkse verhoging of indexatie wees de Rechtbank Limburg dan ook af. Gezien de uitspraak van de Rechtbank Limburg is het belangrijk dat iedere werknemer bij het sluiten van de arbeidsovereenkomst kritisch kijkt of er sprake is van een incorporatiebeding en welke bevoegdheden daarmee aan de OR worden gegeven.
								

							

						
					
				

				

					
						
							

								

									

							

						
					
				

				

					
						
							

								

									

										Ontslag tijdens de proeftijd

									
										Indien een werknemer met een nieuwe baan start, dan begint hij of zij meestal met een proeftijd. Het doel van de proeftijd is, zoals het woord al zegt, om de werkgever en werknemer over en weer kennis met elkaar te laten maken.
									
										Gedurende de proeftijd kunnen zowel de werknemer, als de werkgever de arbeidsovereenkomst per direct&nbsp;be&euml;indigen. De wettelijke regels met betrekking tot de opzegging van een arbeidsovereenkomst zijn namelijk niet van toepassing. Zo hoeven beide partijen geen opzegtermijn in acht te nemen bij een ontslag tijdens de proeftijd. Ook mag een werkgever de werknemer tijdens de proeftijd ontslaan wanneer de werknemer ziek is. Voor het geval de werknemer opzegt, moet hij zich overigens wel realiseren dat hij waarschijnlijk geen WW-uitkering krijgt.
									
										Wat moet er in de arbeidsovereenkomst zijn opgenomen?
										De proeftijd moet wel schriftelijk zijn overeengekomen (veelal in de arbeidsovereenkomst) en moeten voor zowel de werkgever als de werknemer gelijk zijn. De proeftijd in een eerste arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd mag niet ook weer worden opgenomen in een daaropvolgende arbeidsovereenkomst als deze arbeidsovereenkomsten dezelfde werkzaamheden betreft. De werkgever heeft immers al de gelegenheid gehad het werk van werknemer tijdens de eerste periode te beoordelen. Hetzelfde geldt voor het geval dat een door een bedrijf ingehuurde uitzendkracht een arbeidsovereenkomst krijgt aangeboden voor dezelfde werkzaamheden. Immers, ook dan heeft de werkgever de werknemer tijdens de uitzendperiode al kunnen beoordelen op zijn of haar kwaliteiten.
									
										Maximale termijn aan proeftijd?
										De wet stelt verder maximale termijnen aan de proeftijd. Bij arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd geldt een maximale proeftijd van 2 maanden. Bij arbeidsovereenkomsten voor de bepaalde tijd van 6 maanden of korter is helemaal geen proeftijd toegestaan. In geval van een arbeidsovereenkomst voor de duur van meer dan 6 maanden, maar minder dan 2 jaar, bedraagt de&nbsp;proeftijd&nbsp;maximaal 1 maand. Wanneer de arbeidsovereenkomst wordt gesloten voor de bepaalde duur van twee jaar of langer mag de proeftijd maximaal 2 maanden zijn. Indien er sprake is van een contract voor bepaalde tijd, terwijl de einddatum daarbij niet op een kalenderdatum is gesteld (bijvoorbeeld als de werknemer wordt ingeschakeld voor een bepaald project of een werknemer wordt aangetrokken om een zieke collega te vervangen gedurende de ziekteperiode, waarvan de duur onbekend is), dan bedraagt de proeftijd slechts 1 maand, ongeacht de duur van het project of de duur van de vervanging.
									
										Wat als er geen geldige proeftijd is opgenomen?
										Als er geen sprake is van een geldige proeftijd, dan is er in het geheel geen proeftijd. Er vindt dus geen omzetting plaats naar een geldige proeftijd. We moeten ons overigens wel realiseren dat in sommige gevallen in een cao mag worden afgeweken van de wettelijke regeling omtrent de proeftijd.
									
										Altijd ontslag mogelijk in proeftijd?
										Toch biedt een proeftijdbeding in de arbeidsovereenkomst de werkgever niet altijd de mogelijkheid de overeenkomst per direct te be&euml;indigen. De werknemer kan bij ontslag in de proeftijd de reden van ontslag vragen aan werkgever. De werkgever is verplicht die reden dan te geven. Wanneer ontslag plaatsvindt vanwege bijvoorbeeld zwangerschap, dan is er sprake van discriminatie en is het ontslag tijdens de proeftijd niet toegestaan. Hiervoor gaf ik ook al aan dat ontslag tijdens de proeftijd wegens ziekte toegestaan is. Echter, indien de werknemer chronisch ziek is, dan kan er sprake zijn van discriminatie vanwege een handicap of chronische ziekte. In dat geval is er ook geen ontslag toegestaan en kan dit door de rechter teniet gedaan worden.
								

							

						
					
				

				

					
						
							

								

									&nbsp;

							

						
					
				

			

		
	



	&nbsp;
]]></description>
	</item>
	<item>
	<link>http://www.jongeneeladvocaten.nl/nieuws/juridische-nieuwsflits-mei-2018</link>
	<guid isPermaLink="true">http://www.jongeneeladvocaten.nlnieuws/juridische-nieuwsflits-mei-2018</guid>
	<title>Juridische Nieuwsflits mei 2018</title>
	<pubDate>Fri, 01 Jun 2018 09:36:43 +0200</pubDate>
	<description><![CDATA[
	&nbsp;


	
		
			

				

					
						
							

								

						
					
				

			

		
		
			

				

					
						
							

								

									

										Editie&nbsp;mei 2018

								

							

						
					
				

				

					
						
							

								

									

							

						
					
				

				

					
						
							

								

									

										De gevolgen van de Europese privacy verordening (AVG) voor het MKB

									
										De invoering van de AVG per 25 mei 2018 schept verplichtingen voor het MKB. Er worden immers bij het MKB uiteenlopende wijze persoonsgegevens verwerkt. De AVG eist dat uitsluitend persoonsgegevens mogen worden opgeslagen en verwerkt, indien daarvoor een gerechtvaardigd doel is. Ook dient onderscheid te worden gemaakt tussen bijzondere persoonsgegevens (ras, geloof, politieke voorkeur, vakbondslid, BSN nummer, strafblad) en algemene persoonsgegevens (NAW, emailadres, IP).
									
										De wetgeving dient personen meer bescherming te bieden. Het betreft een Europese wetgeving waarbij een aantal principes gelden. Het toepassen van deze principes heeft consequenties op het juridische en IT gebied van de organisatie: contractbeheer en het beheer van de (interne) informatievoorziening.&nbsp;
									
										Afsluiten verwerkersovereenkomsten
									
										Het MKB dient verwerkersovereenkomsten af te sluiten met externe partijen, die (privacy) data kunnen inzien, opslaan of op enige wijze iets met de gegevens doet. Om deze overeenkomsten af te sluiten, dient inzicht te zijn met welke partijen dit plaats moet vinden. Denk aan salarisadministratie, accountant, Arbodienst, ICT beheerder.
									
										Lees verder...
								

							

						
					
				

				

					
						
							

								

									

							

						
					
				

				

					
						
							

								

									

										Een nalatenschap aanvaarden (of niet)

									
										Als erfgenaam heeft u de keuze om een nalatenschap te aanvaarden of te verwerpen. Als u verwerpt, krijgt u niets. Aanvaarding kan zuiver of beneficiair. Let wel: u kunt maar &eacute;&eacute;n keer een keuze maken! Na zuivere aanvaarding kunt u niet meer verwerpen (en omgekeerd).
									
										Zuivere aanvaarding
									
										Door zuivere aanvaarding erft u alle bezittingen en schulden van de nalatenschap. Dit betekent dat u ook met uw priv&eacute;vermogen aansprakelijk wordt voor de schulden van de nalatenschap. Het voordeel van zuivere aanvaarding is dat een positieve nalatenschap erg eenvoudig afgewikkeld kan worden door de erfgenamen. De nalatenschap hoeft namelijk niet te worden vereffend (zie hierna).
									
										Beneficiaire aanvaarding
									
										Beneficiaire aanvaarding betekent dat u de nalatenschap aanvaardt &lsquo;onder het voorrecht van een boedelbeschrijving&rsquo;. Hier wordt vaak voor gekozen als men vermoedt dat de nalatenschap veel schulden bevat. Door beneficiair te aanvaarden, wordt u niet aansprakelijk met uw priv&eacute;vermogen. Schuldeisers kunnen zich alleen verhalen op de bezittingen van de nalatenschap. De keerzijde is dat de nalatenschap in principe (behoudens enkele uitzonderingen) moet worden vereffend en volgens wettelijke regels moet worden afgewikkeld. Dat is bij zuivere aanvaarding niet het geval.
									
										Lees verder...
								

							

						
					
				

				

					
						
							

								

									

							

						
					
				

				

					
						
							

								

									

										Rechtspraak gereed voor de AVG

									
										De Rechtspraak is klaar voor de Algemene Verordening Gegevensbescherming . Privacy van betrokkenen bij de rechtspraak is van groot belang. In een zaaksdossier staan vaak bijzondere en gevoelige persoonsgegevens, die noodzakelijk zijn voor een goede rechtspleging.
									
										Lees verder...
								

							

						
					
				

				

					
						
							

								

									

							

						
					
				

				

					
						
							

								

									

										Aantal rechtszaken vorig jaar fors gedaald

									
										Het aantal rechtszaken is het afgelopen jaar in bijna alle rechtsgebieden fors afgenomen, zo blijkt uit het vandaag verschenen jaarverslag van de Rechtspraak U verlaat Rechtspraak.nl . Met name het aantal kanton handelszaken is flink gedaald.
									
										Lees verder...
								

							

						
					
				

				

					
						
							

								

									

							

						
					
				

				

					
						
							

								

									

										Hoe voorkom je als zzp&#39;er dat iedereen je adres en telefoonnummer googlet

									
										De Autoriteit Persoonsgegevens zegt dat de Kamer van Koophandel mogelijk de wet overtreedt door adverteerders inzage te bieden in het handelsregister. De organisaties gaan daarover in gesprek, en dat kan goed nieuws zijn voor ondernemers. Die hebben nu maar weinig middelen om hun privacy te beschermen.
									
										Lees verder...
								

							

						
					
				

				

					
						
							

								

									&nbsp;

							

						
					
				

			

		
	



	&nbsp;
]]></description>
	</item>
	<item>
	<link>http://www.jongeneeladvocaten.nl/nieuws/juridische-nieuwsflits-april-2018</link>
	<guid isPermaLink="true">http://www.jongeneeladvocaten.nlnieuws/juridische-nieuwsflits-april-2018</guid>
	<title>Juridische Nieuwsflits april 2018</title>
	<pubDate>Tue, 01 May 2018 10:08:38 +0200</pubDate>
	<description><![CDATA[
	&nbsp;


	
		
			

				

					
						
							

								

						
					
				

			

		
		
			

				

					
						
							

								

									

										Editie&nbsp;april 2018

								

							

						
					
				

				

					
						
							

								

									

							

						
					
				

				

					
						
							

								

									

										Het recht van reclame!

									
										Ondanks de aangetrokken economie zijn faillissementen nog steeds aan de orde van de dag en zullen deze ook in de toekomst nog veelvuldig voor blijven komen.
									
										Openstaande factuur bij faillissement?
										Een leverancier van een failliet bedrijf vist in geval van een faillissement vaak achter het net indien er nog sprake is van een openstaande factuur. Het is veelal zo dat het saldo van de failliete boedel onvoldoende is om de leverancier ook maar enig gedeelte van zijn vorderingen uit te betalen. Indien er wel een batig boedelsaldo is, ontvangt de leverancier in veel gevallen slechts een fractie van de openstaande vorderingen. Uiteraard is dat erg zuur.
									
										Wat levert eigendomsvoorbehoud op?
										Soms kan dit ondervangen worden doordat er een eigendomsvoorbehoud geldt, waardoor de geleverde goederen teruggehaald kunnen worden en zodoende de schade beperkt kan worden. Echter, het komt nog wel eens voor, dat indien een eigendomsvoorbehoud in algemene voorwaarden is opgenomen, er een discussie ontstaat over de geldigheid van dit eigendomsvoorbehoud, omdat de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden wordt bestreden indien deze niet voor of tijdens het sluiten van de overeenkomst ter hand zijn gesteld.
									
										Lees verder...
								

							

						
					
				

				

					
						
							

								

									

							

						
					
				

				

					
						
							

								

									

										Een echtscheiding: hoe gaat dat eigenlijk?

									
										Soms komt de mededeling onverwacht, je partner geeft aan dat hij of zij het huwelijk niet langer ziet zitten en wenst een echtscheiding. Andersom kan het natuurlijk ook, je vindt zelf dat de koek op is en wil een echtscheiding. Regelmatig gebeurt het natuurlijk ook dat echtgenoten gezamenlijk tot de conclusie komen dat het beter is om hun leven gescheiden voort te zetten.
									
										Waar moet je beginnen?
									
										Er komt in alle drie de situaties veel op je af, zeker als er ook nog minderjarige kinderen zijn. Natuurlijk is het afhankelijk welk huwelijksgoederenregime op je huwelijk van toepassing is. Ben je destijds getrouwd in gemeenschap van goederen of heb je huwelijkse voorwaarden op laten stellen? Het huwelijksvermogensrecht is per 1 januari 2018 gewijzigd, maar veruit de meeste echtscheidingen zijn van huwelijken die dateren van voor de wetswijziging. Het is in ieder geval erg belangrijk om te inventariseren wat er op jouw huwelijk van toepassing is en vervolgens goed op een rij te zetten welke vermogensbestanddelen er zijn, zowel qua bezittingen als schulden. Is er een koophuis? Kan en wil een van de echtgenoten daarin blijven wonen of moet een makelaar gezocht worden om de woning te verkopen. Hoe zit het met de hypotheek: is daar een levensverzekering aan gekoppeld die eventueel ook waarde opbouwt? Zijn er minderjarige kinderen dan zal er sowieso een ouderschapsplan opgesteld moeten worden.
									
										Lees verder...
								

							

						
					
				

				

					
						
							

								

									

							

						
					
				

				

					
						
							

								

									

										Raad van State kritisch over linkse wet gelijke betaling payrollers

									
										De Raad van State is kritisch over het initiatiefwetsvoorstel van de linkse partijen om de positie van de payrollers te verbeteren. Het hoogste adviesorgaan van de regering noemt de wet van GroenLinks, de SP en de PvdA ontoereikend, complex en kostenverhogend.
									
										Lees verder...
								

							

						
					
				

				

					
						
							

								

									

							

						
					
				

				

					
						
							

								

									

										Nieuw IPR-huwelijksvermogensrecht

									
										Niet alleen in Nederland houdt de wetgever zich met het huwelijksvermogensrecht bezig. Ook de Europese wetgever laat zich op dit terrein niet onbetuigd. In het kader van een nauwere samenwerking binnen de Europese Unie dient vanaf volgend jaar de Huwelijksvermogensrechtverordening te worden toegepast. Deze verordening bepaalt onder meer welk huwelijksvermogensrecht in grensoverschrijdende situa...
									
										Lees verder...
								

							

						
					
				

				

					
						
							

								

									

							

						
					
				

				

					
						
							

								

									

										Je recht halen is voor velen niet te betalen

									
										Steeds meer mensen zien af van een gang naar de rechter omdat ze het niet kunnen betalen. Daarom moeten de kosten om een rechtszaak te voeren, de griffierechten, drastisch omlaag.
									
										Lees verder...
								

							

						
					
				

				

					
						
							

								

									&nbsp;

							

						
					
				

			

		
	



	&nbsp;
]]></description>
	</item>
	<item>
	<link>http://www.jongeneeladvocaten.nl/nieuws/juridische-nieuwsflits-maart-2018</link>
	<guid isPermaLink="true">http://www.jongeneeladvocaten.nlnieuws/juridische-nieuwsflits-maart-2018</guid>
	<title>Juridische Nieuwsflits maart 2018</title>
	<pubDate>Mon, 02 Apr 2018 14:05:18 +0200</pubDate>
	<description><![CDATA[
	&nbsp;


	
		
			

				

					
						
							

								

						
					
				

			

		
		
			

				

					
						
							

								

									

										Editie&nbsp;maart 2018

								

							

						
					
				

				

					
						
							

								

									

							

						
					
				

				

					
						
							

								

									

										Huuropzegging en ontruimingsbescherming bij kantoorruimte

									
										Kantoren worden in ons huurrecht beschouwd als &lsquo;overige bedrijfsruimte&rsquo;. Vaak geldt er een huurovereenkomst van vijf jaar, die automatisch wordt verlengd met een zelfde periode van vijf jaar (5+5). In de huurovereenkomst is vaak een bepaling opgenomen dat opzegging uiterlijk &eacute;&eacute;n jaar voor einddatum schriftelijk dient te gebeuren. Zo niet, dan wordt de huurovereenkomst automatisch verlengd.
									
										Als de huurder tijdig opzegt, dan eindigt de huurovereenkomst op einddatum en dient huurder voor einddatum het kantoorpand leeg en ontruimd te hebben opgeleverd. Indien de verhuurder tijdig opzegt, geldt niet automatisch dat huurder op einddatum het kantoorpand moet hebben verlaten. De verhuurder moet namelijk formeel ook in de opzeggingsbrief de ontruiming aanzeggen. Zo niet, dan kan verhuurder niet na afloop van de huurtermijn de huurder uit het kantoorpand zetten. Voor een verhuurder is het dus van belang om de opzeggingsbrief tijdig en voorzien van een formele aanzegging tot ontruiming te versturen. Een huurder die wordt geconfronteerd met een zo&rsquo;n opzegging van de huurovereenkomst, inclusief aanzegging ontruiming, bestaat de mogelijkheid om ontruimingsbescherming aan te vragen bij de kantonrechter
									
										Lees verder...
								

							

						
					
				

				

					
						
							

								

									

							

						
					
				

				

					
						
							

								

									

										Trouwen in 2018 betekent niet meer automatisch een gemeenschap van goederen

									
										Tot 1 januari 2018 ontstond er door het aangaan van een huwelijk of een geregistreerd partnerschap een algehele gemeenschap van goederen. Dit hield in dat alle bezittingen en schulden vanaf het moment van het huwelijk gemeenschappelijk waren. Dit leidde vaak tot ongemakkelijke situaties bij echtscheiding, waarbij bijvoorbeeld &eacute;&eacute;n van de partners reeds lang voor het huwelijk een huis in eigendom had met een flinke overwaarde, welke bij echtscheiding &ndash; ook als partijen niet erg lang getrouwd waren - bij helfte gedeeld moest worden met de andere partner. Natuurlijk kon dit voorkomen worden door het sluiten van huwelijkse voorwaarden, maar zittend op de roze wolk van verliefdheid werd die stap naar de notaris niet altijd gemaakt.
									
										Met ingang van 1 januari 2018 is de automatische algehele gemeenschap van goederen bij een huwelijk niet meer aan de orde. Mensen trouwen dan in beperkte gemeenschap van goederen. Dit houdt in dat alle bezittingen en schulden die men voor het huwelijk had ook van die partner blijven. Alles wat gedurende het huwelijk wordt verkregen is gezamenlijk. Erfenissen en schenkingen die tijdens het huwelijk worden verkregen, vallen niet in de beperkte gemeenschap en blijven daarom van de partner die de erfenis of schenking heeft ontvangen, tenzij de erflater of schenker dit anders bepaald heeft. Dit is dus precies het omgekeerde van de situatie v&oacute;&oacute;r 1 januari 2018.
									
										Lees verder...
								

							

						
					
				

				

					
						
							

								

									

							

						
					
				

				

					
						
							

								

									

										Wie beschermt de gegevens van zzp&rsquo;ers?

									
										Voor zzp&rsquo;ers bestaat het btw-nummer waarmee zij facturen sturen mede uit hun burgerservicenummer. En dat ligt gevoelig.
									
										Lees verder...
								

							

						
					
				

				

					
						
							

								

									

							

						
					
				

				

					
						
							

								

									

										Uitleg van kettingbeding in leveringsaktes

									
										Voor de uitleg van een kettingbeding tussen partijen waarbij het kettingbeding in de overeenkomst is opgenomen komt het aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan de bepalingen van hun overeenkomst mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten, waarbij alle omstandigheden van het geval van belang zij...
									
										Lees verder...
								

							

						
					
				

				

					
						
							

								

									

							

						
					
				

				

					
						
							

								

									

										De Tweede Kamer voor meer disciplinaire maatregelen rechters

									
										De Tweede Kamer heeft vandaag ingestemd met een wetsvoorstel waarmee de mogelijkheden om rechters bij ongeoorloofd gedrag te berispen of te bestraffen worden verruimd. Alle partijen in de Kamer stemde voor de wijziging van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren. De Rechtspraak pleit al langer voor zo&rsquo;n wijziging en adviseerde eerder positief over het wetsvoorstel. De rechterlijke organisa...
									
										Lees verder...
								

							

						
					
				

				

					
						
							

								

									&nbsp;

							

						
					
				

			

		
	



	&nbsp;
]]></description>
	</item>
	<item>
	<link>http://www.jongeneeladvocaten.nl/nieuws/juridische-nieuwsflits-februari-2018</link>
	<guid isPermaLink="true">http://www.jongeneeladvocaten.nlnieuws/juridische-nieuwsflits-februari-2018</guid>
	<title>Juridische Nieuwsflits februari 2018</title>
	<pubDate>Thu, 01 Mar 2018 10:37:24 +0100</pubDate>
	<description><![CDATA[
	&nbsp;


	
		
			

				

					
						
							

								

						
					
				

			

		
		
			

				

					
						
							

								

									

										Editie&nbsp;februari 2018

								

							

						
					
				

				

					
						
							

								

									

							

						
					
				

				

					
						
							

								

									

										Mediation

									
										Het recht moet zorgen voor orde in de maatschappij. Daar waar er geschillen zijn, kunnen deze op basis van het recht opgelost worden. De rechtspraak zorgt ervoor dat regels gehand&shy;haafd worden en dat geschillen tussen partijen be&euml;indigd worden. Dit is al eeuwenlang het uitgangspunt. Maar als een geschil be&euml;indigd is, is het dan ook echt opgelost?
									
										Door de tijd heen hebben we geleerd dat er meerdere wegen zijn die naar Rome leiden. Soms is het verstandig om een andere route te kiezen, omdat deze nu eenmaal sneller en/of effici&euml;nter is, of iemand dichter bij de gewenste bestemming brengt. Zo is het ook met rechtspraak. Het kan wenselijk zijn dat de rechter een knoop doorhakt over een geschil waar partijen zelf niet uit komen. Maar soms is het veel wenselijker om een geschil op alternatieve wijze te beslechten. E&eacute;n van de alternatieve vormen van geschillenbeslechting is mediation.
									
										Bij mediation gaan partijen onder professionele begeleiding van een objectieve, onafhankelijke mediator met elkaar in gesprek. Onderzocht wordt wat partijen nu precies verdeeld houdt en wat ieders belangen daarin zijn. Als de kern van de zaak duidelijk is, kan naar een oplossing worden gezocht die ook echt passend is voor de concrete situatie waarin partijen zich bevinden. De mediator begeleidt dit hele proces, stimuleert partijen (en daagt hen uit) om creatief na te denken over de mogelijkheden en onmogelijkheden. Het doel is om tot een echt goede oplossing te komen; eentje die niet alleen het geschil oplost, maar ook tegemoet komt aan alle overige belangen van de betrokken partijen. Een totaaloplossing dus, die meetbaar en werkbaar is.
									
										Lees verder...
								

							

						
					
				

				

					
						
							

								

									

							

						
					
				

				

					
						
							

								

									

										Het niet-nakomen van een overeenkomst

									
										Overeenkomsten sluiten we iedere dag. De boodschappen in de supermarkt, ophangen van een jas in een bewaakte garderobe of zelfs het gebruik maken van het openbaar vervoer. Maar wat als &eacute;&eacute;n van partijen zich niet aan zijn verplichtingen houdt?
									
										Een overeenkomst bevat doorgaans rechten en plichten voor beide partijen. Neem de koopovereenkomst m.b.t. een auto. De verkoper is verplicht om de auto te leveren en heeft recht op betaling van de koopsom. De koper heeft o.a. recht op de auto en mag verwachten dat die auto alle eigenschappen heeft, die nodig zijn voor een normaal gebruik van die auto als vervoersmiddel. De verkoper is verplicht om de koper te informeren over bekende gebreken in/aan de auto. Zo kan ik nog even doorgaan.
									
										Stel, u koopt een goede laptop voor &euro; 1.200,-- van een goed merk. Deze wordt thuis bezorgd, de factuur moet binnen 21 dagen na de factuurdatum volledig betaald zijn. De laptop ziet er helemaal prima uit, maar bij gebruik blijkt het beeldscherm steeds uit te vallen, de helft van het toetsenbord niet&nbsp; te werken en de mousepad doet al helemaal niets. De laptop bezit duidelijk niet de juiste eigenschappen. U bent natuurlijk niet van plan om de factuur te betalen. U heeft de klantenservice al eens gebeld, maar daar was het zo druk dat u besloot om het later nog eens te proberen. Na 21 dagen ontvangt u een brief van de verkoper waarin staat dat u niet op tijd heeft betaald en dat u nu alsnog binnen zeven dagen moet betalen. Ook moet u rente betalen. Daar bent u het natuurlijk niet mee eens, de verkoper was verplicht om een goed product te leveren en dat heeft zij niet gedaan! Bent u verplicht om te betalen?
									
										Lees verder...
								

							

						
					
				

				

					
						
							

								

									

							

						
					
				

				

					
						
							

								

									

										Kamermeerderheid: wetsartikel over beledigen koning moet verdwijnen

									
										In de Tweede Kamer tekent zich een meerderheid af om majesteitsschennis uit het Wetboek van Strafrecht te schrappen. Het is alleen nog niet duidelijk hoe de wet er precies gaat uitzien.
									
										Lees verder...
								

							

						
					
				

				

					
						
							

								

									

							

						
					
				

				

					
						
							

								

									

										Noodkreet over digitale rechtspraak

									
										De Centrale Ondernemingsraad van de Raad voor de rechtspraak luidt de noodklok over de digitalisering van de rechtspraak. In een brief aan voorzitter Frits Bakker van de Raad schrijft de COR &ldquo;zeer kritisch en bezorgd te zijn&rdquo; over het project. De COR pleit voor een onafhankelijk onderzoek naar digitalisering van de rechtspraak.
									
										Lees verder...
								

							

						
					
				

				

					
						
							

								

									&nbsp;

							

						
					
				

			

		
	



	&nbsp;
]]></description>
	</item>
	</channel>
	</rss>